Het patroon beschrijft twee maten: een kuiken en een mama kip. Hieronder het vertaalde patroon. Kijk op Petals to Picots voor foto's en een haakschemaatje.
Het patroon in het Nederlands:
Tussen haakjes staan de aanwijzingen voor mama kip.
Lijf
Toer 1: haak 13 (17) lossen.
Toer 2: vaste in tweede vaste vanaf de haaknaald, verder vasten. Je hebt dan 12 (16) vasten.
Toeren 3-29 (39): 1 keerlosse, vasten.
Vouw het lapje dubbel door de eerste toer op de laatste toer te leggen, haak deze toeren aan elkaar met halve vasten (afhechten is niet nodig, je kunt doorhaken), ga door de hoek om en haak die zijkant dicht met halve vasten. Afhechten.
Kam
Hecht aan in de vierde vaste vóór de hoek die je net gemaakt hebt.
3 lossen, in dezelfde steek 2 stokjes, 1 vaste, in de volgende steek 3 stokjes, 1 vaste, in de volgende steek (hoeksteek) 3 halve stokjes, 1 vaste, 1 halve vaste. Hecht af.
Snavel
Hecht aan in de volgende vaste.
1 losse, in dezelfde steek 1 vaste, 3 lossen, vaste in de derde losse vanaf de haaknaald, in de volgende steek 1 vaste en 1 halve vaste. Hecht af.
Lel
Sla 1 vaste over en hecht aan in de volgende vaste.
In die vaste 1 losse, 1 half stokje, 1 losse, 1 halve vaste.
Ogen
Borduur de ogen.
Steek alle draden naar binnen en hecht ze af.
Vul het lijfje (in het hoofd wat fiberfill, verder droge bonen of mais).
Haak de onderkant dicht met halve vasten. Let op hoe je de onderkant dicht vouwt (zie foto).
